☰ Edwin Stolk
×
English? Over In ontwikkeling Uitgevoerd Niet uitgevoerd Residenties Lezingen Publicaties Resume Contact Pers
Zoeken naar een 'Hart van Krimpen'

Zoeken naar een 'Hart van Krimpen'

KRIMPEN AAN DEN IJSSEL – Deze gemeente presenteerde eind vorig jaar samen met mij het 'Lotte Stam-Beeseplein', een dorpsplein dat (nog) enkel bestaat in de wereld van onze verbeelding. Genoemd naar de markante Krimpenaar en stedenbouwkundige Lotte Stam-Beese (1903 – 1988). Zij speelde in de wederopbouwperiode een belangrijke rol in Rotterdam en daarbuiten. Op het bordje, dat uitkijkt over een grote parkeerplaats, staat een gevleugelde uitspraak van haar; “want de grond behoort ons allen toe”.

Als kunstenaar ben ik ervan overtuigd, dat je soms het veer van de familie Van der Ruit opnieuw moet laten varen om je te kunnen realiseren dat het dorp van toen niet meer bestaat. Als je nalaat de toekomst te verbeelden, dan adviseert Maakdestad in de nieuwe omgevingsvisie de kwaliteiten van het verdwenen dorp te behouden. Dat lijkt onschuldig (van deze stadsmakers) – maar je trekt ook geen kleren aan die je niet meer past.

Het was 1962 toen cabaretier Wim Sonneveld (1917 – 1974) het lied ‘een zwoele nacht in Krimpen aan de IJssel’ schreef. Tegelijkertijd werkte Lotte Stam-Beese aan de uitbreidingsplannen Rotterdam-Oost/Capelle aan den IJssel. Hierin wordt gesproken over een sub-city voor 175.000 bewoners en een uitbreiding naar Krimpen aan den IJssel. Voor het dorpshart van Krimpen betekende dit het einde van de zwoele nacht in T’Enge en het begin van de Crimpenhof.

Je kunt dus zeggen dat ook Krimpen aan den IJssel het resultaat is van wederopbouw optimisme. Lotte woonde sinds 1964 in een klein huisje onderaan de IJsseldijk. Haar schetsen van die tijd tonen een metrolijn en tweede oeververbinding voor het dorp. Ze was haar tijd ver vooruit. In de jaren 80 werd de dorpsstraat door de gemeente verkocht. Het overdekte winkelcentrum won prijzen. Vandaag is er nog maar weinig over van dit optimisme. Sommige Krimpenaren zien de rivieren als hun slotgracht. Bedoelt om de stad buiten te houden. Nu de ophaalbrug (Algerabrug) bijna bezwijkt moeten ze deze zomer op de fiets naar Rotterdam. De rest schreeuwt moord en brand over de bereikbaarheid van het dorp. Hadden we nu maar naar Lotte geluisterd.

Plein 1953 kreeg nooit de naam van de moeder van Pendrecht. Het verwijst wel naar de watersnood die in Krimpen vier levens opeiste. Een ramp die Dr. Ir. Johan van Veen (1893 – 1959), grondlegger van het eerste Deltaplan, met zijn gezondheid probeerde te voorkomen. De brug over de Hollandsche IJssel heeft hij nog zien bouwen, maar kreeg de naam van de politicus Jacob Algera (1902 - 1966). Zestig jaar na het overlijden van Johan van Veen heeft Capelle hem een gedenkteken gegeven. Naar het "gezicht" van Krimpen bleef het zoeken.

Het waren Krimpenaren, in een werkplaats van NV Lubbers Constructiewerkplaatsen (het Hollandia van nu), die in 1957 het beroemde kunstwerk van Naum Gabo (1890 – 1977) construeerden voor de Coolsingel. Stichting Landelijk Moluks Monument werkt vanuit dit dorp naar de onthulling op 21 juni 2026 van het monument op de Lloydkade in Rotterdam. Krimpenaar en natuurpionier Kees Beaart initieerde in Middelburg een gedenkteken voor kunstschilder en entomoloog Johannes Goedaert (1617 – 1668). Ondertussen werd in Krimpen aan den IJssel het door de architect Lotte Stam-Beese aangepaste dijkhuisje gesloopt.

Als Krimpenaren bekend worden dan zijn het al gauw Rotterdammers. Denk aan de voetbaltrainer en voormalig voetballer Giovanni van Bronckhorst die in 2017 een standbeeld kreeg in het Rotterdam Museum. Op het Raadhuisplein staat een spelend meisje, gemaakt door de kunstenaar Kees verkade (1941 - 2020). Maar iedere nieuwe speeltuin in het dorp stuit op verzet. Het is alsof de inwoners opnieuw moeten leren spelen.

In 1995 wilde burgemeester Bram Peper (1940 - 2022) dorpen als Krimpen aan den IJssel samenbrengen in de stadsprovincie Rotterdam. Maar Rotterdammers waren geen Krimpenaren en staken daar een stokje voor. Het ontbreken van een toekomstgericht narratief voor het dorp, zorgt ervoor dat nostalgie de overhand krijgt. Niet zo gek dus – dat we al jaren zoeken naar het ‘Hart van Krimpen’. Als het IJsselstenen lichaam in de spiegel kijkt, doemt al snel het verdwenen dorp op.

In de Haastrechtse Overtuin werd in december 2025 een beeld van Paulina Bisdom van Vliet (1840-1923) onthuld. Ze bouwde een nieuwe sociale status op door als rijke inwoner van Haastrecht financiële steun te verlenen aan zo’n beetje alle maatschappelijke initiatieven die er werden genomen. Nu in Rotterdam Ommoord wordt nagedacht over een gedenkteken voor de Krimpenaar Lote Stam-Beese, wordt het in de gemeente Krimpen aan den IJssel wellicht tijd om de Krimpenaar en grootste vastgoedeigenaar van de dorpstraat Aat van Herk op een sokkel te plaatsen. Het ontbrekende bruisende dorpshart is bovenal mensenwerk nietwaar?

Edwin Stolk – beeldend kunstenaar


DE VOORSTELLING - is een artistiek onderzoek i.s.m. de Gemeente Krimpen aan den IJssel, een zoektocht naar het “gezicht” van het dorpshart. Welke mogelijkheden kunnen er ontstaan als we naar het dorp kijken als een collaboratief kunstproject, de straat als monument voor kennisuitwisseling en de gemeentelijke Instagram als een culturele (tentoonstelling) ruimte?

[Verschillende versies van deze column werden eerder aangeboden aan de AD en Het Kontakt.]

[Fotobewerking: Edwin Stolk]